Home / Veterinaire Informatie / Keelproblemen & Hoefbevangenheid

Keelproblemen & Hoefbevangenheid

Keelproblemen

De keel van het paard is een gebied waar soms meer aan de hand is dan je in eerste instantie zou denken. Bij hoesten wordt vaak aan de keel gedacht maar hoestklachten komen niet zo vaak uit de keel zelf. Veel vaker komen die uit de diepere luchtwegen.

Wat maakt de keel van een paard zo bijzonder?

Keelproblemen

Net als bij de mens is de keel nodig bij het slikken: het eten van vast voedsel, het drinken van water en het doorslikken van speeksel. Maar ook de luchtstroom die vanuit de neus door de keel naar de longen gaat is bij het paard heel belangrijk. Nog belangrijker dan bij de mens: het paard als vluchtdier en atleet moet soms een explosieve prestatie leveren bij intensieve arbeid.

Een draver of een renpaard heeft bij maximale arbeid een onvoorstelbaar grote luchtverplaatsing naar de longen en weer terug. Iedere obstructie in de neus of de keel is daarbij desastreus. De neus en de keel van het paard zijn zo gebouwd dat de lucht zonder wervelen met zo min mogelijk weerstand de longen bereikt. En paardenlongen hebben heel wat meer vermogen dan mensenlongen.

Wat gaat er in de keel zo nu en dan fout?

Aangeboren afwijkingen zijn onder andere het open gehemelte, een te lang zacht gehemelte, een scheve strotteklep en een te nauwe keel. Cysten komen ook voor maar openbaren zich meestal op een latere leeftijd omdat ze eerst moeten groeien voor ze klachten geven. Cysten in de neus kunnen al bij heel jonge veulens problemen geven maar zijn zeer zeldzaam.Soms is de strotteklep (epiglottis) ingekapseld in een vlies waardoor deze niet goed meer functioneert en het paard zich kan verslikken. Dat openbaart zich meestal ook op een iets latere leeftijd en heet epiglottis entrapment.


 

Cornage is een bekend voorbeeld van een keelafwijking. Bij cornage is de linker stemband (heel zelden de rechter) verlamd waardoor het paard die niet meer kan gebruiken. Er zijn twee filmpjes als voorbeeld: een normale keel die mooi symmetrisch is en waarbij we goed kunnen zien dat de stembanden beide bewegen en een keel met cornage. Daarbij doet de linker stemband (voor de kijker de rechter omdat we er van voren tegenaan kijken) niets meer. Omdat de stembanden normaal geheel gesloten worden bij het slikken en de linker dat niet meer kan komen er soms longproblemen voor bij deze paarden door verslikken. Omdat de stemband ook niet goed kan openen ontstaat er een bijgeluid bij arbeid. Ook zijn deze paarden soms hees bij het hinniken. Ze krijgen geen zuurstof tekort bij arbeid maar wel is vaak de “output” wat laag. Het lijkt of paarden met cornage eerder moe zijn maar daar is geen echte veterinaire verklaring voor. Het zuurstofgehalte in het bloed is nagenoeg altijd normaal.


Cornage wordt soms operatief verholpen, dan wordt de linker stemband naar buiten vastgezet en wordt een slijmvliesplooi naast de stembanden verwijderd. In het filmpje tijdens de operatie zien we de tube waardoor het paard, dat onder algehele anesthesie is, ademt en narcosegas binnen krijgt. De stemband wordt door de chirurg naar buiten getrokken en vastgezet. Soms maken paarden een vrij heftig bijgeluid bij arbeid. Dat kan ontstaan doordat het zachte gehemelte voor de ingang van de luchtpijp komt te liggen. Bij sommige paarden gebeurt dat wisselend, na een keer slikken ligt het weer goed maar het kan ook zomaar weer terugkeren.

Bij sommige paarden ligt het voortdurend verkeerd. Deze aandoening heet DDSP of wel Dorsal Displacement of the Soft Palate. Er zijn verschillende behandelingen voor deze aandoening die gelukkig ook weer spontaan kan verdwijnen. In het filmpje van de DDSP zien we de stembanden en kijken we ook even in de luchtpijp. Daarin ligt behoorlijk veel “prut” door een ontsteking. Wanner de endoscoop weer terug komt in de keel ligt het zachter gehemelte boven de strotteklep die we dan niet meer kunnen zien. Na een keer slikken ligt hij weer normaal.

De meeste paarden hoesten omdat hun longen ontstoken raken door stof. Op eenzame hoogte staat hooi als oorzaak. Ook infecties (verkoudheid, griep) komen veel voor. Maar keelafwijkingen kunnen zeker ook hoesten veroorzaken, niet alleen omdat de keel zelf ontstoken is maar ook omdat er bij het slikken rommel in de longen komt. Het verband aantonen is niet altijd eenvoudig maar zonder goed onderzoek gaat dat zeker niet.

Hoefbevangenheid

Vaak worden er per mail vragen gesteld over allerlei diergeneeskundige problemen. Hier volgt het antwoord op een vraag over het maken van röntgenfoto’s en welk type beslag het beste is bij een hoefbevangen paard. Bedenk wel dat geen twee paarden hetzelfde zijn en dat hoefbevangenheid vele vormen kent die soms weinig en soms zeer ernstige gevolgen hebben voor het paard. Laat een hoefbevangen paard altijd door een dierenarts onderzoeken en behandelen!

Ten aanzien van het beslag: er zijn twee hoofdvormen van bevangenheid: kanteling en sinker. Ook mengvormen komen voor.

Bij kanteling ontstaat er pijn aan de toon (teen onderzijde bij knijpen met de tang) en gaat het paard met de teen wippen omdat ze door pijn in de teen op de verzenen willen landen. Vroeger dacht men dat de mate van kanteling bepalend was voor de prognose, dat blijkt niet zo te zijn. De reactie op beslag en pijnstilling is veel meer bepalend voor de prognose. Op foto’s kan je wel zien hoe dik de zool is (vooral bij de teen die naar beneden wijst) en dus hoe erg je op moet passen met iets van de zool af halen (nooit doen bij bevangenheid). Zakt het hoefbeen door de zool dan is het einde verhaal. In een heel enkel geval kan zo’n paard weer op de been komen maar de weg daar naar toe is dermate pijnlijk en dieronvriendelijk dat dit onverantwoord is.

Bij de sinker zakt het hoefbeen in zijn geheel naar beneden, al dan niet met enige kanteling. Dat is een heel vervelende vorm van bevangenheid want die laat zich slecht behandelen. Ook dat kan je op een foto zien.

Het open teen ijzer ontlast de druk op het meeste gevoelige deel: de teen, dus paarden met kanteling lopen daar beter op. Maar het ondersteunt niet het hoefbeen bij een eventuele sinker en gaat verdere kanteling niet tegen. Vandaar mijn voorkeur voor vulling met jute en teer. Daarbij wordt de zool ook harder (bij vulling met siliconen of hoofpad zachter) en wordt de druk mooi verdeeld. Overigens maakt het op een niet harde zandbodem weinig uit want zand verdeeld de druk ook goed. Loopt een bevangen paard op zand ook slecht dan is het verstandig om foto’s te maken ivm een mogelijke sinker. De reactie op een bepaald beslag geeft vaak aan wat de juiste behandeling is. Met röntgenfoto’s kan je meestal zien om welke vorm van bevangenheid het gaat. Gelukkig is de sinker een weinig voorkomende vorm van bevangenheid.

En: bij acute hoefbevangenheid is de meest effectieve therapie het intensief koelen van de voeten. Niet op nat zand maar waterdichte zakken om de voeten doen en deze vullen met ijs. Na 4-5 uur verwijderen, proberen of het paard een klein stukje kan lopen, en de zakken er weer om doen. Regelmatig verse ijsblokjes toevoegen. En dat 24-48 uur laten zitten. En natuurlijk hele goede pijnstilling toepassen.

Bij acute hoefbevangenheid telt ieder uur. Eigenlijk iedere minuut!!

En: dikke paarden -> insulineresistentie -> hoefbevangenheid

voorkomen is beter dan genezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Top