Home / Veterinaire Informatie / Dampigheid 2

Dampigheid 2

Luchtwegproblemen bij het paard: “dampigheid – behandelingen”

In de vorige aflevering over hoesten heb ik geschreven dat er in hoofdlijnen 3 groepen hoestende paarden zijn en ik heb afgesloten met de toezegging iets over de behandelingen te vertellen. Dat zal ik nu doen waarbij iedere groep apart aan bod komt.

Groep 1, de ongekompliceerde chronische bronchitis

Het zal duidelijk zijn dat de beste behandeling voor deze paarden (maar natuurlijk ook voor die uit de andere groepen) bestaat uit het vermijden van stof. We kunnen ook stellen dat als de stofbelasting niet vermindert behandelen nauwelijks zinvol is. Ik ga er vanuit dat iedere verstandige eigenaar alles op alles zet om iets aan het stof en het stalklimaat te doen. Natuurlijk zijn er dan nog steeds paarden die blijven hoesten. Dan kunnen medicijnen nodig zijn om de situatie te verbeteren.
Aan zo’n medicijn kunnen we de volgende eisen stellen: 1/ het moet de prikkelbaarheid van de slijmvliezen verminderen 2/ het moet eventueel vastzittend slijm weghalen 3/ een eventuele irritatie van de keel moet kunnen genezen 4/ een hardnekkige infectie moet genezen. Een middel dat dit allemaal doet bestaat niet. We moeten dus proberen met het onderzoek vast te stellen wat de belangrijkste factor is waarom het paard hoest.

Enkele voorbeelden van medicijnen met hun eigenschappen: Ventipulmin® is een oude bekende voor de meeste paardeneigenaren. Wat doet dit middel? Het is ontwikkeld om vernauwde luchtwegen weer te verwijden. Dat is in deze groep niet nodig want dat hebben deze paarden niet of slechts in geringe mate. Het is echter ook nog een milde ontstekings-remmer die de overgevoeligheid van de slijmvliezen vermindert. Dat is een prettige bijkomstigheid.
Tot slot activeert het de trilhaarcellen die het slijm eruit jagen waardoor vastzittend slijm makkelijker opgehoest wordt. We komen dit middel in de overige twee groepen weer tegen. Slijmverdunners zoals Sputolysine® , acetylcysteine, Bisolvon® en ammoniumchloride helpen dik taai slijm af te breken waardoor het makkelijker opgehoest wordt.
Acetylcysteine is de krachtigste in deze groep en het heeft als bijwerking dat het ook ontstekingsremmend werkt, het is een zogenaamde antioxidant die vrije radikalen wegvangt. Vrije radikalen worden in het lichaam gevormd bij ontstekingen en de natuurlijke veroudering. Bij heel taai slijm kan het ook helpen om het paard te inhaleren met verneveld water (damp of ultrasoon).
Een ouderwets middel dat we nog wel eens gebruiken bij een heftig ontstoken keel is Kalium Jodide, een jodiumzout.
Het wordt in het maagdarmkanaal opgenomen en uitgescheiden met het speeksel. Het werkt licht desinfecterend en opdrogend in de keel. Is de irritatie heftig dan kan een bijnierschorshormoon (prednisolon, dexamethason, betamethason en flucortison) snel en effectief helpen om deze te verminderen. Deze middelen wekken altijd een zekere angstreactie bij de eigenaar op omdat er bijwerkingen kunnen zijn. Dat is ook het geval maar de bijwerkingen zijn bij juiste toepassing gering en treden zelden op.
Inhaleren van deze middelen is het veiligst omdat daarbij de rest van het lichaam niet of nauwelijks in kontakt komt met het corticosteroid.

De meesten van u kennen waarschijnlijk Phoenegriek, een kruid dat oorspronkelijk bij mensen werd gebruikt bij hoestproblemen. Phoenegriek werkt hoestprikkeldempend, dat wil zeggen dat het paard de kriebel niet meer zo goed voelt. Dat kan natuurlijk heel prettig zijn maar je moet het niet gebruiken als je niet ook iets aan de oorzaak doet. Dat geldt voor alle hoestprikkelremmende middelen. Zou er nog een bakterie in de diepere luchtwegen zitten dan is het gebruik van corticosteroiden en hoestonderdrukkers niet zo verstandig.

Groep 2, de asthmatische bronchitis

In deze groep spelen allergie en vernauwde luchtwegen een belangrijke rol. We moeten dan ook altijd medicijnen gebruiken die de luchtwegen verwijden en iets aan de overgevoeligheid van het paard doen. Ventipulmin® is hier dus zeker op z’n plek maar zal ondersteund moeten worden door een middel dat de overgevoeligheid bestrijdt. Dat zijn de corticosteroiden die ingespoten kunnen worden of over het voer of per inhalatie worden toegediend. Dit laatste is effectief en kent de minste bijwerkingen. Vervelend is wel dat de symptomen na de behandeling terug kunnen keren als het paard weer met z’n allergeen in aanraking komt. Er zijn bepaalde homeopatische behandelingen die de overgevoeligheid definitief zouden kunnen aanpakken maar ik heb geen paarden meegemaakt die blijvend ongevoelig werden voor hun allergeen. Soms wordt nog wel eens de zogenaamde longspoeling gegeven, dan wordt 3 dagen achtereen een grote hoeveelheid infuus gegeven.

Het idee is dat er vocht achter de longen ontstaat waardoor het laatste beetje slijm definitief verwijderd word. Het is een riskante ingreep maar we zien wel regelmatig dat de paarden na deze behandeling veel langer klachtenvrij blijven dan we zouden verwachten. Bij mensen met hooikoorts en asthma worden wel antihistaminica gebruikt maar die werken bij het paard maar heel matig. Wel kunnen we inhaleren met chromoglycaat, een stof die de allergie preventief aanpakt. Dat moet je dus doen voor er klachten zijn en dat gebeurt in de praktijk niet zo snel. Chromoglycaat werkt bij paarden minder goed dan bij de mens.
De slijmverdunners kunnen in deze groep ook nuttig werk doen omdat er vaak taai vastzittend slijm aanwezig is. Hoestprikkelremmers zijn in deze groep niet gewenst omdat de symptomen wel verminderen maar de aandoening zelf net zo hard doorgaat. Het inhaleren van paarden is in opkomst en heeft voordelen boven de andere manieren van medicijnen toedienen omdat de medicijnen direct op hun plaats komen. Apart voor paarden ontwikkelde inhalatoren zijn er nog niet maar de Ventolin®, Flixotide® en Combivent® kunnen goed gebruikt worden.

Groep 3

In het vorige stuk had ik al geschreven dat er gelukkig maar weinig paarden in deze groep zitten. Bij goed onderzoek blijken de meeste “dampige”paarden (deze groep) toch asthmatische bronchitis te hebben. De echte dampige paarden hebben emfyseem en dat is niet meer te behandelen. Voor zover er toch een poging wordt gedaan om de klachten te verlichten zal dat met medicijnen uit groep 2 gebeuren waarbij met name het vaak zeer taaie slijm aangepakt dient te worden.

Tot slot: er zijn heel veel middeltjes die soms goed kunnen helpen. Dat is vaak een kwestie van uitproberen. Ook zijn er middeltjes die de klachten kunnen doen verergeren. Dat zijn producten die prikkelend werken of die stoffig zijn bij toedienen. Stoffige kruiden en dergelijke kunnen het beste in een slobber toegediend worden. Dampoo en eucalyptusolie moeten voorzichtig gebruikt worden omdat ze anders te veel kunnen irriteren. Het lijkt dan of er veel slijm vrijkomt maar dat is in werkelijkheid allemaal nieuwgevormd slijm.
Ook homeopatische middelen zoals Bronchoforte® Hoestcur® , Drosera, Allium en Belladonna kunnen helpen paarden uit groep 1 klachtenvrij te maken en paarden uit groep 2 te ondersteunen. Het allerbelangrijkst blijft natuurlijk: juist, het stalklimaat!

S.Boerma
Paardenkliniek Garijp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Top