Castratie

De meeste hengsten ontkomen er niet aan. Slechts een enkeling komt in aanmerking voor een loopbaan als dekhengst. Dus is de castratie een van de meest uitgevoerde chirurgische ingrepen bij het paard en tevens een van de meest onderschatte! Er komen nogal wat complicaties voor waarvan de meeste niet ernstig zijn en een enkele wel. De meeste gecastreerde paarden krijgen in meer of mindere mate zwelling. Die verdwijnt vaak vanzelf weer met wat beweging of eventueel koud afspuiten.
Een enkele keer zijn antibiotica nodig om een en ander in goede banen te leiden. Bij de staande castratie en de liggende waarbij de wonden open gelaten worden treedt in 100% van de gevallen plaatselijk infectie op maar die blijft vaak gering. Soms ontstaat een zaadstrengfistel en dat is wel een vervelende complicatie. Bij deze aandoening is de stomp van de zaadstreng chronisch ontstoken. De huidwonden sluiten dan slecht of helemaal niet en er komt zo nu en dan wat etter uit de wonden.

Welke methoden zijn er:

Van oudsher werden paarden staande gecastreerd. In het verleden zelfs zonder verdoving. Het is duidelijk dat de castreur en later de veterinair erg ervaren en snel moesten zijn. De staande castratie wordt nog steeds veel uitgevoerd, nu met plaatselijke verdoving en het toedienen van een tranquilizer.
Het voordeel is dat er geen risico bestaat ten aanzien van de anesthesie, het nadeel is dat het reinigen en desinfecteren niet zo uitvoerig kan gebeuren als bij het liggende paard. Ook is er een risico voor de dierenarts en is het bij erg angstige of lastige paarden een riskante ingreep. De plaatstelijk verdoving moet erg goed werken, anders is het een vorm van dierenmishandeling.

Bij de liggende castratie zijn er verschillende methodes. Het eenvoudigst is het neerleggen met een kortdurende, lichte anesthesie waarbij de ballen lokaal verdoofd worden en de wonden open blijven. Het paard wordt daarbij niet op de operatietafel gelegd omdat dat de tijdsduur van de anesthesie relatief sterk zou verlengen en de anesthesie dieper moet zijn. Door de korte duur van anesthesie staat het paard over het algemeen zonder problemen, rustig weer op en zijn er weinig complicaties. Het schoonmaken, verdoven, desinfecteren en afbinden van de vaten kan zorgvuldiger gebeuren dan bij de staande methode.

Een wat uitgebreidere ingreep is het castreren op de operatietafel waarbij de wonden geheel gesloten worden. Het voordeel is dat er dan weinig infectiegevaar is en de paarden snel weer gebruikt kunnen worden in de sport. Het nadeel is dat het paard wat langer onder narcose ligt en de ingreep daardoor kostbaarder is. Omdat het paard op de operatietafel in alle standen neergelegd kan worden is het operatiegebied erg overzichtelijk en kan optimaal voorbereid en gedesinfecteerd worden. Door de relatief nog steeds korte duur van de anesthesie is de recovery over het algemeen ook goed.

Conclusie

In Engeland is in een grootschalig onderzoek gekeken naar de voor- en nadelen van deze drie methodes. Het bleek dat de hogere prijs van de methode onder algehele anesthesie gecompenseerd werd door de lagere behandelingskosten achteraf. Bij de methodes waarbij de wonden opengelaten werden, werden achteraf dus soms forse kosten gemaakt voor behandeling van complicaties. De risico’s van de algehele anesthesie waren vergelijkbaar met de risico’s van ernstige complicaties in de overige twee methodes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Top