Antibiotica

Wat is Antibiotica?

Antibiotica zijn stoffen die door levende organismen (vaak schimmels) gemaakt worden en actief zijn tegen bacteriën. Chemotherapeutica zijn kunstmatig geproduceerde middelen die werkzaam zijn tegen bacteriën, schimmels, eencelligen en soms virussen.

Een van de bekendste antibiotica is penicilline, een stof die gemaakt wordt door een schimmel. Een bekend chemotherapeuticum is trimethoprim-sulfa. We kennen het onder andere als Sulfatrim injector, Cubarmix of Trimethoprim mix. Of inspuitbaar als bijvoorbeeld Borgal. Trimethoprim-Sulfa is een combinatie van twee chemotherapeutica die ieder voor zich slecht werkzaam zijn maar in combinatie heel goed. Voor het gemak spreken we meestal van van antibiotica, maar er zijn dus hier en daar verschillen.

Antibiotica

In het artikel over droes komt ter sprake dat je niet altijd maar direct antibiotica moet gebruiken bij infecties en koorts. Bij droes kan dat verkeerd uitpakken. Bij een longontsteking zullen we zeker wel gebruik maken van antibiotica omdat de patiënt anders dood kan gaan en het juiste antibioticum zeer goed werk kan doen. Influenza heeft nog al eens een vervelende longontsteking tot gevolg, zeker als het paard niet goed geënt is.

Influenza is een virus en daartegen doen antibiotica, maar door de schade die het virus aanricht kunnen bacteriën heel makkelijk toeslaan. Bij droes begint de infectie met keelpijn, waardoor het paard slecht eet. Bij influenza en andere virusinfecties van de luchtwegen beginnen de problemen met koorts en hoesten. Vaak hoor je bij het beluisteren van de longen afwijkende geluiden. Bij droes niet. Influenza geeft vaak twee koortspieken met enkele dagen er tussen. Droes geeft een veel langer durende temperatuurverhoging die vaak als een “zaagtand” verloopt: de temperatuur gaat op en neer tussen bv 38 en 40 graden.

Bij droes worden de kaak- en of keelklieren dikker en pijnlijker dan bij influenza. Vooral als je met de vingers achter de kaak druk geeft, reageert het paard. Normaal kan je de vingers van de andere kant voelen maar als de keel zwelt lukt dat niet meer en geeft het paard uitingen van ongemak of pijn. Het kan lastig zijn om met zekerheid vast te stellen of het om droes gaat of om een virusinfectie. Breekt er ergens een klier door dan is het wel duidelijk. Laboratoriumonderzoek kan snel uitsluitsel geven (een kweek of PCR van een keel swab). Een PCR is een uiterst gevoelige test die het DNA van een organisme kan aantonen.

Een ander voorbeeld van een infectie waarbij we niet te snel antibiotica geven is een hoefzweer. Antibiotica komen na toedienen makkelijk via het bloed in allerlei weefsels maar niet zo goed in pus, hoorn of bot. Tetracycline en Doxycycline zijn middelen die wel goed in bot doordringen maar hebben als nadeel dat er een hogere kans bestaat op het ontstaan van diarree. Een hoefzweer moet geopend worden, net zo als ieder abces waar je redelijk makkelijk bij kunt komen.
Loopt de hoefzweer uit de hand en wordt het hele been dik, dan gebruiken we wel antibiotica. Er zijn maar weinig antibiotica die goed doordringen in pus. Middelen die dat wel doen zijn behalve Tetracycline en Doxycycline: Azythromycine, Rifamycine, Tulathromycine, Erythromycine en Clindamycine. Deze middelen zijn voor volwassen paarden uiterst riskant in verband met het verstoren van de darmflora en het optreden van fatale diarree. Bij veulens zijn ze goed inzetbaar omdat de darmflora nog niet zo ontwikkeld is als bij het volwassen paard. Laatstgenoemde middelen gebruiken we bijvoorbeeld bij een Rhodococcen infectie.

Omdat antibiotica zoveel invloed hebben op de darmflora moet je bij diarree goed weten wat je doet. Spelen levensbedreigende bacteriën een rol dan heb je geen keus. De E. coli is er zo een maar ook Actinobacillus soorten, Salmonella soorten en Clostridia kunnen levensbedreigend zijn.
Ook de Rhodococcus die longabcessen geeft kan in allerlei organen gaan zitten waaronder het darmkanaal. Het geven van orale antibiotica bij diarree is niet altijd zo verstandig omdat door de diarree de opname slecht is en de darmflora nog verder aangetast wordt.

Wanneer de dierenarts besluit dat antibiotica noodzakelijk zijn voor het herstel moet een afweging gemaakt worden welk middel het beste werkzaam zal zijn. Dat is niet zo makkelijk omdat er door verregaande resistentie van bacteriën maar weinig keus is. Lukt het om de bacterie te isoleren en te kweken dan weet je precies welk antibioticum het beste resultaat gaat geven. Resistentie is deels ontstaan door een langdurig verkeerd gebruik van de middelen die we hadden. Het gebruik van antibiotica om de groei van dieren in de bio-industrie nog verder op te jagen is te dom voor woorden. Antibiotica die bij de mens als laatste redmiddel worden gegeven omdat alle andere het niet meer doen moeten niet aan dieren gegeven worden zolang we niet 100% zeker weten dat daardoor de resistentie bij de mens niet nog erger wordt.

S. Boerma
Paardenkliniek Garijp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Top